Wij stellen u voor aan de Chesapeake Bay Retriever, de stoerste telg van de Retrievergroep.
Rasomschrijving
De Chesapeake Bay Retriever verschilt in meerdere opzichten van zijn rasgroepgenoten. Net als andere retrievers is het een harde werker met een stabiel karakter, maar daar waar meegaandheid en een zachte aard bij de meeste Retrievers gemeengoed zijn, is de Ches eerder wat stug, vrij hard en beschikt hij over een zeer sterke eigen wil.
Hoewel de Chesapeake Bay Retriever geroemd en gewaardeerd werd door beroepsjagers, bleek hij in eerste instantie op wedstrijden, de zogenoemde fieldtrials, een teleurstelling. Maar goed de Ches was dan ook de hond van de professionals. De diesel onder de apporteurs, misschien niet zo snel en elegant, maar niet stuk te krijgen. De Chesapeake Bay Retriever is in eerste instantie een werkende jachthond, die gelukkig maar weinig wordt aangetroffen in situaties waarin hij uitsluitend als gezinshond dienst hoeft te doen. Hij is nog een echte werker in hart en nieren en degene die besluit een Chesapeake in huis te nemen, zal zich dat terdege moeten realiseren. Voor beginners op het kynologisch vlak is hij dan ook geen voor de hand liggende keus.

De Ches heeft een baas nodig die beschikt over natuurlijk overwicht, die het respect van de hond weet te verwerven én die ook nog eens bereid en in staat is om flink met hem te werken. Bij een vriendelijke, maar uitermate rechtlijnige opvoeding, zal de Ches het beste tot zijn recht komen. Is de baas niet consequent en krijgt de Ches teveel ruimte of inspraak, dan zullen zich onherroepelijk rangordeproblemen gaan voordoen. De zelfverzekerde aard van de Ches leent zich gewoon niet voor een democratisch beleid. De teven zijn overigens aanmerkelijk meegaander en veel minder geneigd dominatie tentoon te spreiden dan de reuen. Dit gaat ook op voor de omgang met andere honden: reuen zullen veel sneller bereid zijn met veel vlagvertoon de confrontatie aan te gaan dan teven en niet onder appèl staande reuen kunnen zich zelfs ronduit vechtlustig opstellen. Voor beide geldt dat het aan te raden is de opvoeding al vroeg ter hand te nemen en te starten met een gedegen socialisatie.
Een goede gehoorzaamheidscursus is ook nooit weg, maar dan wel eentje die gebasseerd is op het belonen van goed gedrag. Het heeft geen enkel nut om een Ches aan een slipketting in de rondte te slingeren, want hij heeft een nek van beton, zal er weinig van onder de indruk raken, en waarschijnlijk alleen maar een hard karakter ontwikkelen. In de training zal blijken dat de Ches meer dan bereid is om te leren, al gaat het soms wat stug. Hij is niet de snelste onder de leerlingen maar leert wel gestaag. Dit heeft niet zozeer te maken met zijn intelligentie, maar meer met zijn zelfstandige en wilskrachtige karakter. Hij zal een duidelijke motivatie moeten hebben voor wat er van hem wordt verwacht en is wars van eindeloze en saaie repetities. Is hij eenmaal goed getraind dan is het een redelijk tot goed gehoorzame hond, die echter altijd een beetje een eigenwilletje zal hebben.
De Chesapeake is geen allemansvriend. Hij is vriendelijk naar vreemden, maar op een ietwat gereserveerde manier. Nog een unicum onder de Retrievers: de Chesapeake is behoorlijk waaks en laat duidelijk merken dat hij niet accepteert dat onwelcome vreemdelingen zijn territorium dreigen te betreden. In huis is de Ches een rustige hond, maar dat gaat alleen op als er een uitlaatklep aan zijn energie wordt gegeven. Als hij zich gaat vervelen en te weinig beweging krijgt, kan hij destructief worden en het huis gaan slopen.

De Chesapeake is een forse, stevige hond met een schouderhoogte die tussen de 53 en 66 centimeter ligt.
De vachtverzorging van de Ches is minimaal. Het haar is waterafstotend en geeft een perfecte schutkleur in het riet en moerassige gebieden, De soms wat overbouwde aandoende achterhand zorgt juist weer voor voldoende stuwkracht in het water. In tegenstelling tot veel andere rassen is er door de jaren heen bij de Chesapeake geen echte scheiding tussen show- en werklijnen ontstaan. Het is, ook in zijn uiterlijk, nog steeds de werkhond die hij altijd is geweest.
Wassen van de Ches is geen goed idee. Als echte waterhond heeft hij een vette waterafstotende vacht die, ook al lijkt de hond door nat, met een keer goed uitschudden alleen nog maar licht vochtig aanvoelt. Door hem in het sop te zetten wordt het vettige laagje echter grotendeels uit de vacht verwijderd en is hij een stuk minder goed bestand tegen kou en nattigheid.
Bron: Honden Manieren nr.11 2005